Voor sommige gezinnen is het een vloek, voor anderen een zegen: de jaarlijkse overstromingen in Purnea in de staat Bihar in India. Als rivieren door smeltwater en moessonregen buiten hun oevers treden staan hele gebieden van juli tot ver in september onder water.

Voor bewoners die hogerop wonen leveren de overstromingen kansen op. Hun huis wordt niet weggespoeld en de landbouwgrond is extra vruchtbaar door al het water. Hierdoor kunnen ze vissen of bijvoorbeeld mais of makhana verbouwen, een in India vrij zeldzaam zaad dat in waterlelies groeit en als voedsel wordt verkocht.

Uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut blijkt dat zeven op de tien kinderen zich zorgen maken om de toekomst van de aarde. Ze voelen zich verdrietig, angstig en liggen er soms zelfs wakker van. Hoe ga je met kinderen in gesprek over een pittig onderwerp als klimaatverandering? Deze vijf tips helpen je op weg.

De eerste keer dat ik Mercy en haar kinderen ontmoette, was in 2022 op het afgelegen platteland in Kenia. Haar uitdrukkingsloze blik, de kleintjes die zich stil aan haar vastklampten. Ik vergeet het nooit meer. In haar huis mocht ik haar interviewen. Binnen was het donker en kaal. Geen meubels, geen visgraat vloer, geen gezelligheid aan de muur. Voor iemand als ik, die houdt van interieur en warmte in huis, kwam dit hard binnen. Mercy zat op een leeg krat, het enige ‘zitmeubel’. Het was om moedeloos van te worden. Ik vroeg waar ze sliepen. Ze wees me een hoek tegenover een open vuur. Geen bed, geen deur, geen gordijn. Alleen maar een hoopje kleden op de grond …

Het was mijn eerste reis voor Red een Kind. Mijn eerste échte kennismaking met de werkwijze van een dorpsprogramma. En ik dacht: Hoe groeit iemand hier uit armoede? Helpen we op deze manier kinderen écht?

Lachen
In de zomer van 2024 mocht ik Mercy opnieuw bezoeken. Ik was benieuwd of er iets veranderd zou zijn? Wat ik aantrof, raakte me diep maar nu op een heel andere manier. Voor haar huis zat Mercy maïs te pellen. Een kip scharrelde rond, de kinderen speelden vrolijk om haar heen. En Mercy? Ze straalde. Ze lachte toen ze me zag, sprak openhartig en toonde veel meer energie. Haar oudste dochter, die eerder bij familie woonde, was weer thuis. Want Mercy kan nu zelf het schoolgeld betalen.

Trots vertelde ze over haar mais, die ze zelf verbouwt achter haar huis. Over de steun van haar zelfhelpgroep. Over hoop: “Het is niet altijd gemakkelijk, maar mijn kinderen gaan nu allemaal naar school. Dat geeft hoop.”
Het huis is van binnen nog steeds hetzelfde. En toch is alles anders. Want Mercy zelf is veranderd. Ze heeft hoop en kracht voor de toekomst. En haar kinderen? Ze eten beter, ze leren, ze lachen.

Drie keer zoveel
Soms vraag je je af of het wel helpt. Of het werk wat we doen echt verschil maakt. Maar dan ontmoet je Mercy en haar kinderen.
In onze strategische periode 2021–2024 was het doel: Meer impact voor meer kinderen. En dat is gelukt. In 2024 bereikten we meer dan drie keer zoveel kinderen als in 2020. Drie keer zoveel! In landen als Burundi, DR Congo, India, Kenia, Malawi, Oeganda, Rwanda, Somalië en Zuid-Soedan zien we het verschil dankzij onze werkwijze in de programma’s.

Mercy en haar kinderen zijn daar één van de vele voorbeelden van. En ik? Ik voel me dankbaar dat ik haar verhaal mag delen. Want het hééft zin. Drie keer meer kinderen!

Marian Heek is teamleider Communicatie van Red een Kind


Lees hier alles over onze impact: redeenkind2024.inzine.nl


Laatst stond ik onder een boom in een afgelegen dorpsgemeenschap in Malawi. Geen klaslokaal, geen schoolbanken, maar wél een leerkracht vol passie en nieuwsgierige kinderen. Zulke momenten raken me diep. Helemaal nu de wereldwijde steun voor ontwikkelingssamenwerking afneemt.

Nederland bezuinigt flink op ontwikkelingssamenwerking. En in de VS verdwijnt een groot deel van USAID, jarenlang een belangrijke steunpilaar van hulporganisaties. Wat betekent dat? De gevolgen klinken misschien abstract, maar ze zijn meer dan ooit voelbaar en tastbaar. Elk project dat moet stoppen, betekent voor mensen in kwetsbare situaties dat kansen verdwijnen: een moeder zonder medische zorg, een gezin zonder inkomen, een kind zonder onderwijs en eten. Mensenlevens zijn letterlijk in gevaar!

Jezus keek niet weg
We geloven als Red een Kind dat ieder mens is gemaakt naar Gods beeld. Dat ieder kind waardevol is en dat liefde voor je naaste geen grens kent. Als overheden zich terugtrekken, is het aan ons om juist wél aanwezig te zijn. Niet omdat we alles kunnen oplossen, maar omdat we geloven dat omzien naar de ander onze christelijke plicht is. Jezus’ woorden in Mattheüs 25 zijn een opdracht: “Wat je deed voor de minsten van Mijn broeders, dat deed je voor Mij.” Zijn liefde ging over grenzen heen. Hij keek niet weg, maar stapte erop af.

Geven is daarom geen extraatje, maar een daad van geloof. Van vertrouwen dat elk leven telt, ongeacht waar iemand is geboren. En als overheden zich terugtrekken, is dat geen excuus voor ons om stil te blijven zitten. Het is juist onze roeping om op te staan.


Trouwe achterban

Bij Red een Kind merken we dagelijks de kracht van die roeping. Dankzij een trouwe, betrokken achterban kunnen we blijven bouwen aan hoop voor kinderen in armoede en nood. Niet door grote fondsen, maar door mensen zoals jij die geven vanuit geloof en liefde.


Andries Schuttinga is directeur-bestuurder van Red een Kind


De stem van mijn man fluistert me wakker om 5 uur ’s ochtends op zondag 26 januari 2025: “Word wakker! Je moet nu je bed uit en je klaarmaken. Je mag niet te laat zijn, anders vind je geen plek meer op de boot naar Bukavu in Zuid-Kivu.” Het klonk haast onwerkelijk. Maar laten we even teruggaan naar een paar dagen eerder.

23 januari 2025: De ochtend van angst
Het was rond vier uur ’s ochtends toen we gewekt werden door het geluid van geweerschoten. Wat gebeurt er? Niemand wist het precies. Maar met de snelle opmars van de M23-rebellen baden we dat zij niet dichtbij Goma kwamen.  Om acht uur bereikte ik ons kantoor, waar iedereen elkaar vragend aankeek: “Weet iemand waarom we geweerschoten horen?” Ondertussen zag ik hoe het Congolese leger met hoge snelheid door de stad reed. De chaos veroorzaakte zelfs verkeersongelukken. De geruchten begonnen zich te verspreiden: M23 heeft Sake veroverd. Sake ligt op slechts 24 kilometer van Goma.
Rond elf uur zaten we in een spoedoverleg over de veiligheidssituatie. Het nieuws werd bevestigd: er zijn gevechten in de buurt van Sake. We werden naar huis gestuurd met het advies om thuis te blijven werken tot de situatie kalm zou worden. Maar het was duidelijk: de duisternis was begonnen.

Vluchtelingenstromen
De inwoners van Sake en de omliggende dorpen begonnen massaal te vluchten naar Goma. Toen ik thuiskwam, was er geen elektriciteit en geen water uit de kraan. “God, dit is alarmerend,” riep ik uit. Ik verloor geen tijd en begon eten in te slaan, zoveel als ik kon veroorloven, om voorbereid te zijn op wat komen ging. Die nacht werd de eerste van vele lange nachten. Bombardementen, geweerschoten, veranderend weer, totale duisternis. Zelfs het internet werd afgesloten.

24 januari: Nog meer chaos
De volgende dag veranderde er niets. Mensen begonnen massaal te evacueren.  Vluchtelingen uit kampen in Mugunga en Rusayo trokken naar veiligere gebieden. Rond het middaguur kwam het internet kort terug, en toen hoorden we het nieuws: de gouverneur van Goma was gedood in de gevechten. De situatie verslechterde verder. De M23-rebellen kwamen nu ook vanuit andere kanten, zoals Kibumba, nabij het vluchtelingenkamp van Kanyaruchinya. De gevechten tussen het leger en de M23 intensiveerden, en de angst werd ondraaglijk.

25 januari: De beslissing om te vertrekken
Met de constante gevechten in de stad besloten mijn man en ik te voet melk voor onze dochter te zoeken. Veel winkels waren gesloten, waardoor we ver moesten lopen voordat we iets vonden. Onderweg zagen we honderden soldaten, tanks en straaljagers op weg naar de frontlinie. Het geluid van ontploffende bommen was onophoudelijk. Mijn man zei: “Grace, jij moet morgenochtend met onze dochter vertrekken. De rebellen gaan Goma in nemen. Bukavu is niet helemaal veilig, maar op dit moment is het beter dan hier.” Die avond pakte ik onze spullen: alleen het hoognodige. We moesten vroeg opstaan om een ticket en een plek op de boot te bemachtigen, omdat veel mensen Goma probeerden te ontvluchten.

26 januari: de vlucht naar Bukavu
Om vijf uur ’s ochtends fluistert mijn man: “Word wakker! Je moet nu je bed uit en je klaarmaken. Je mag niet te laat zijn, anders vind je geen plek meer op de boot naar Bukavu in Zuid-Kivu.” Het was nog steeds zo donker dat het eerder op 1 uur ’s nachts leek. Ik maakte mijn dochter klaar, wekte de nanny en samen haastten we ons naar de haven. Om zes uur waren we er en, godzijdank, vonden we een plek op de boot. Ik smeekte mijn man om met ons mee te komen. Hij weigerde, vastbesloten om ons huis te bewaken en later te vertrekken. Nog geen uur nadat we waren vertrokken, nam M23 Goma in. Vluchten vanaf de luchthaven werden stilgelegd, en er was geen verkeer meer over het Kivumeer. Overal waren geweerschoten en bomexplosies te horen.

De route die Grace moet afleggen naar het zuidelijk gelegen Bukavu.


Een nachtmerrie zonder einde
In Bukavu leek het alsof de nachtmerrie doorging. Ik kon niet slapen. Mijn gedachten waren constant bij de mensen in Goma: mijn familie, mijn vrienden, en vooral mijn man die was achtergebleven. De situatie verslechterde snel. Gevechten vonden nu plaats in de stad zelf. Het dieptepunt kwam toen een bom het grote ziekenhuis in Goma trof, waar kinderen in de neonatologie-afdeling werden gedood. Het is onvoorstelbaar wat de moeders daar doormaakten, de vrouwen die net waren bevallen, of degenen die hun geliefden verloren in de kampen waar ze zich veilig waanden.

Een gebed voor Goma
Ik zou niemand wensen in mijn schoenen te staan, laat staan in die van de mensen in Goma op dit moment. Alsjeblieft, bid voor hen. Want waar twee of meer mensen samenkomen in gebed, in de naam van Jezus, daar is Jezus aanwezig.

Grace is communicatiemedewerker van Red een Kind in DR Congo

[button_primary link=”https://www.redeenkind.nl/noodhulp-congo/”]Geef voor noodhulp[/button_primary]

En daar sta je dan in Zuid-Soedan, te staren naar de mensen die door de overstroming niet meer in hun eigen huis kunnen leven. Ze hebben kleine hutten gemaakt en half op straat gezet, zodat ze ‘s nachts tenminste droog op de grond kunnen liggen. Er is geen normaal bed of droge kleding te zien. Kinderen spelen op straat en vangen vis met hun eigen gemaakte hengels. De kleine visjes die ze vangen is hun lunch.

Zes jaar geleden was ik ook op deze plek in het noorden van Zuid-Soedan. Toen was dit een bruisend stadje, waar goederen uit Soedan werden gekocht en door verkocht. Nu voelt het alsof er een zware donkere deken op deze plek drukt. Het conflict in buurland Soedan heeft duidelijk deze stad geraakt. De winkels zijn leeg, er lopen veel mensen op straat die erg mager zijn en ook zie ik hoe kinderen proberen te overleven op straat. Ik besef dat het lijden wat ik hier zie, slechts een fractie is van het lijden dat zich afspeelt in het nabij gelegen Darfur.

De oneerlijke wereld
Ik denk terug aan mijn gezin in Nederland. Voorafgaande aan mijn reis naar Zuid-Soedan zorgde ik ervoor dat ik het thuisfront goed achterliet. Ik vulde de koelkast met eten en drinken, zorgde voor genoeg warme kleding mocht het toch koud worden en haalde met de kinderen een stapel nieuwe boeken uit de bibliotheek zodat ze genoeg afleiding hadden tijdens mijn afwezigheid… Wat mis ik ze en wat gun ik ze veel. Tegelijkertijd voel ik mij boos vanbinnen. Wat is de wereld oneerlijk! Wij in Nederland vieren verjaardagen, sinterklaas, kerst en kunnen klagen dat we twee broodjes pindakaas als lunch niet genoeg vinden, terwijl in Zuid-Soedan kinderen omkomen van de honger!

Op 16 december 2024 was Hilde ook te gast bij het programma Uitgelicht! van Family7. Bekijken.

Jongens met een wapen
We reizen naar een andere locatie waar Red een Kind ook een programma heeft. Even voelt het als een opluchting, want hier voel ik de ‘zware donkere deken’ niet meer. Toch komt al snel de realisatie dat ook hier van alles speelt. We staan stil voor een veiligheidspost, waar een soldaat ons en de auto onderzoekt. We mogen doorrijden en zien jonge jongens zonder uniform met een wapen. Vorige week zijn er in de buurt van deze plek nog veertig mensen omgekomen naar aanleiding van een conflict tussen twee gemeenschappen.

Dichtbij deze onrustige plek staat een van onze kindercentra. Hier worden kinderen begeleid in het verwerken van hun trauma en krijgen ze les van ons team van leerkrachten. De kinderen zingen ons vrolijk toe. Op dit centrum ontvangen ook ouders training over ouderschap.

Samen dromen
Samen met collega’s spreken we over wat we hier nog meer kunnen doen. We dromen van een schooltuin op deze plek, waar ouders samen kunnen leren hoe ze de kinderen kunnen voorzien van gezonde voeding. Wat zou het mooi zijn als de leerkrachten meer spelmateriaal konden gebruiken in hun lessen.

We rijden naar een dorp waar ik aan het begin van dit jaar ook was. Toen kregen de kinderen les in de hete zon en onder een paar bomen. Nu staat er een schoolgebouw! De gemeenschap is ons dankbaar! Hier kunnen we nu verder bouwen aan een gemeenschap waar ouders zorgdragen voor hun kinderen en waar leerkrachten liefdevol lesgeven.

Soms zit ik echt met mijn handen in mijn haar: “Waar moeten we beginnen?!”, en soms zie ik ineens weer hoop: “Hier maken we al verschil en kunnen we verder bouwen!”

Dit blog is geschreven door Hilde van der Draai. Zij is Coördinator Programs & Partners bij Red een Kind en bezoekt Zuid-Soedan regelmatig. Red een Kind gelooft dat onderwijs hier het verschil betekent tussen een leven in armoede of een leven met kansen. Jij ook?

[button_primary link=”https://www.redeenkind.nl/geloof-in-onderwijs-in-zuid-soedan/”]Geef voor onderwijs![/button_primary]

Tin, kobalt en goud. Terwijl ik rondloop in een vluchtelingenkamp in DR Congo voor een bezoek aan Red een Kind-projecten, denk ik steeds weer aan tin, kobalt, en goud…

Eigenlijk allemaal gewoon stenen uit de grond, maar ook heel waardevolle mineralen waar de grootste landen van de wereld om vechten. Elk elektronisch apparaat zit er vol mee, jouw mobiel, laptop of elektrische auto kan niet zonder. En de vraag neemt alleen maar toe.

‘Als ik water ga halen moet ik mijn schep meenemen om te graven in de rivier’

De droogte in Kitui, Kenia neemt sterk toe, de regens worden elkaar jaar minder en er is een groot tekort aan drinkwater. Tabitha (11) heeft daar dagelijks mee te maken, als ze water gaat halen is de rivier leeg. Door te graven op de plek waar ooit water was, komt ze uiteindelijk bij het grondwater uit en kan ze genoeg meenemen om weer een dag te overleven.

Tabitha uit Kitui, Kenia

“Het wordt hier in de zomer 50 graden, daarna komen de regens en is ons land minimaal vijf maanden overstroomd. We wachten dan op een hoger gelegen stuk tot het water zakt. Niemand kan in die maanden het dorp bereiken of verlaten.”

Anita (29) heeft hier elke dag mee te maken als ze samen met haar drie zoontjes probeert te overleven in Bihar, India. Het klimaat wordt steeds extremer en elk jaar sterven er meer mensen als gevolg van de hitte, de overstromingen en het gebrek aan medische zorg. Het gebied is eigenlijk niet meer bewoonbaar, maar de bewoners kunnen nergens anders heen.

Dit soort klimaatveranderingen zien we in veel van onze projecten terug en dat doet pijn om te zien. Deze mensen dragen nauwelijks bij aan de wereldwijde vervuiling. Zij rijden geen auto en een vliegtuig hebben ze nog nooit van binnen gezien. Ze maken geen gebruik van vervuilende industrieën want hun kleren dragen ze tot ze versleten zijn en ze bestellen geen producten aan de andere kant van de wereld.

Kinderen als Tabitha en jonge vrouwen als Anita zijn niet de veroorzakers maar wel de eerste slachtoffers in gebieden die snel onbewoonbaar worden. De mensen passen zich steeds aan, want hun veerkracht is ongelofelijk. Maar er zit een einde aan, de rek lijkt eruit. De mensen in de afgelegen hoeken van de wereld schreeuwen om een oplossing. Wij horen hun stemmen maar heel af en toe, want op het wereldtoneel klinken de stemmen van wereldleiders, machthebbers en onze eigen social media veel harder. De stemmen van moeders en kinderen, die het meest kwetsbaar zijn worden amper gehoord.

‘Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten’ zegt de Bijbel en misschien wordt het tijd dat we deze boodschap eens serieus gaan nemen. De stemmen van de slachtoffers worden steeds krachtiger, we kunnen deze niet langer negeren. Het wordt tijd op zoek te gaan naar echte oplossingen.

Geschreven door Simone Schoemaker, manager Fondswerving en Bewustwording

Ze kijkt stil voor zich uit in het klaslokaal. Het lokaal is donker en hoewel de kleine ramen felle lichtstralen naar binnen sturen kunnen ze niet de hele ruimte verlichten. Het zijn spotlights die slechts een deel van de afbladderende muur en de kapotte vloer laten zien. Het lijkt wel een filmstudio waar we opnames in maken; rauw en industrieel. Maar het is de bittere realiteit van Zuid-Soedan. Het lokaal is leeg, er staan maar twee bankjes in en het golfplaten dak klappert in de wind. Het lokaal is zo leeg omdat een gewapende groep mannen alle bankjes en het lesmateriaal een jaar geleden gestolen heeft. Dit soort overvallen gebeuren vaker hier in Zuid-Soedan. Gewapende bendes nemen alles mee en ontzien niemand op hun pad. De vader die ik eerder deze dag sprak vertelde hoe hij aan de kant geslagen werd toen hij zijn kinderen wilde beschermen.

Op een van de twee overgebleven schoolbankjes zit Lucia, ze is zeventien en vertelt over de situatie hier in Pibor. “Toen de mannen kwamen was ik zo bang. Mijn vader riep dat we moesten rennen en samen holden we naar de markt. Daar wachtten we met een hele groep, biddend dat ze alleen de school zouden beroven en niet naar ons toe zouden komen.”

De aanval is een jaar geleden en Lucia denkt er nog vaak aan. “Ik was zo bang, ik wist niet waar iedereen was.” Nog steeds is de regio niet veilig, er is veel geweld, vooral tegen vrouwen. “We lopen altijd in een groep naar school, dat is veiliger. Als je alleen loopt pakken ze je.” Lucia zwijgt en kijkt naar haar handen.

“Mijn vriendin is aangevallen twee weken terug. Een groep mannen nam haar mee, sloeg haar, verkrachtte haar en liet haar daarna achter. Ze werd door de buren thuis gebracht en was er heel slecht aan toe. We zijn allemaal bang.”

Lucia kijkt op en zegt “Wat als ze mij komen halen?” Ik zie de angst in haar ogen en voel het diep in mijn maag. De school ligt onbeschermd tussen de velden, het is niet moeilijk om je voor te stellen dat gewapende mannen de heuvels op rennen en plunderend en verkrachtend rond gaan. Er zijn hier geen veilige plekken.

Lucia’s vriendinnen komen erbij en vertellen dat ze op elkaar wachten en altijd samen zijn. Hun ouders beschermen hen zo goed mogelijk en ook de schoolleiding doet wat ze kan. Maar het is bijna onmogelijk om de kinderen te beschermen tegen zoveel blind geweld.

Deze meisjes, nog aan het begin van hun leven, worden elke dag geconfronteerd met een afschuwelijke realiteit. In Nederland zouden ze giechelen over hun eerste verliefdheid en genieten van tienerfeestjes. Hier hopen ze elke dag opnieuw dat ze geen slachtoffer worden van gruwelijke verkrachtingen.

Ik knijp in Lucia’s handen en prevel een gebed om bescherming.

Geschreven door Simone Schoemaker, manager Fondswerving en Bewustwording

Meer weten over ons werk in Pibor, Zuid-Soedan?
[button_primary link=”https://www.redeenkind.nl/pibor/”]Klik hier[/button_primary]

Dit is Theo, 53 jaar, getrouwd, vader van 4 zonen en een dochter in de leeftijden van 9 tot 33 jaar. 

Henriët Seinen is relatiemanager voor Red een Kind en bezocht het dorpsprogramma in Rwamagana in Rwanda. Haar ontmoeting met deze stralende vader maakte indruk op haar. 

”Ik ben op een peuter- en kleuterschool en spreek met Theo. Theo is boer met land en vee. Hij verbouwt maïs, bonen, cassave en bananen. Sinds vijf jaar is hij lid van het ouderschapscomité van de school; de laatste jaren is hij zelfs voorzitter. Het comité ontvangt en deelt trainingen en bijeenkomsten over onderwerpen die voor kinderen van belang zijn: positief ouderschap, scholing, gezondheid, goede voeding en veiligheid. Andere taken van het comité zijn het organiseren en monitoren van de andere groepen. Ze motiveren andere ouders om ook deel te nemen aan bijvoorbeeld de zelfhulpgroep.

Momenteel is de gemeenschap druk bezig met duurzaamheid: zo veel mogelijk investeren in de toekomst zodat ze volgend jaar, als Red een Kind uit het gebied vertrekt, zelfstandig verder kunnen gaan. Hoe pakt de peuter- en kleuterschool school dit aan? Bijvoorbeeld door de aanschaf van een koe (waar inmiddels een kalf bij loopt) zodat de kinderen dagelijks melk van de eigen koe krijgen.

Theo heeft in het comité ontdekt hoe belangrijk het is om te zorgen voor je kinderen. Voorheen was hij vaak van huis om een beetje te kletsen en te drinken met de mannen. Nu is hij meer betrokken bij zijn gezin en bespreekt hij alles wat hij leert met zijn vrouw. Bijvoorbeeld over gezonde en gevarieerde voeding. De aardappels van weleer worden afgewisseld met groente en fruit.

Behalve met ouders zoekt de school ook contact met de lokale overheid. De lerarensalarissen worden hier inmiddels ook betaald door de overheid. Dat scheelt nogal. Het schoolgeld wordt in deze arme regio bewust laag gehouden: 1000 Rwandese frank per vier maanden. Dat is omgerekend 80 eurocent. Toch kan niet iedereen naar school: er zijn simpelweg te veel kinderen. Op de basisschool lossen ze dat op door ‘s morgens en ‘s middags dezelfde lessen aan verschillende groepen te geven.

Veranderingen en uitdagingen
”Wat is er veranderd?” vraag ik Theo. Hij vertelt dat voorheen de kinderen pas met 7 jaar naar school gingen. Ze hingen overdag rond of speelden bij het meer. Door de peuter- en kleuterschool wennen ze aan het naar school gaan en is de overgang naar de basisschool op hetzelfde terrein niet zo groot.

Inmiddels gaat 95% van de kinderen uit de omgeving naar school. Wat een mooie veranderingen! Er zijn vast ook uitdagingen. Theo noemt er drie. Zo is er geen goed speelplein en moeten de kinderen eerst de weg oversteken om te kunnen spelen in het gras. Een ware uitdaging met 30-40 kleuters… Ook zijn er ouders die niet echt meedoen. Dat blijkt in 30% van de gevallen zo te zijn. Dat vind ik een hoog percentage. Wat wordt hieraan gedaan? Samen met de overheid werken ze aan bewustwording en mobilisering. Het comité nodigt ouders uit om lid te worden van een zelfhulpgroep. Vaak doen mensen niet mee omdat ze arm zijn en de hoop op verandering een beetje hebben opgegeven. Juist deze mensen moeten meedoen! Door samen te werken kunnen ze kleine beetjes geld opzij zetten voor de school van hun kinderen. We hebben gezien dat het werkt en hopen ook deze ouders te laten zien dat het anders kan.

Ten slotte. Zijn er dan nog dromen voor de school en de gemeenschap? ”Weet je,” zegt Theo, ”Kinderen worden in Rwanda gezien als de wortels van de samenleving. En scholing betekent ontwikkeling.” De peuter- en kleuterschool is de basis, het ouderschapscomité probeert zo veel mogelijk ouders erbij te krijgen. Groter of meer boeren kan niet in het kleine, dichtbevolkte Rwanda. Scholing kan wél. Zo zal Rwanda zich als land kunnen ontwikkelen.

Theo’s droom is dat alle kinderen naar school gaan: van peuter- en kleuterschool tot universiteit. Een speerpunt, zowel voor de Rwandese overheid als voor deze bevlogen vader, uit een klein dorpje op het platte platteland.”