De grote humanitaire ramp in Oekraïne en buurlanden vraagt om onmiddellijke actie. Het Christelijk Noodhulpcluster slaat de handen ineen en bereidt noodhulp voor met lokale partners. Donaties zijn hard nodig. Geef hier direct voor noodhulp.
Sinds de invasie in Oekraïne zijn al honderdduizenden mensen op de vlucht geslagen naar het westen van Oekraïne en aangrenzende landen. Veel mensen hebben vanwege armoede of ouderdom echter geen andere optie dan in de levensgevaarlijke situatie te blijven. Het Christelijk Noodhulpcluster verleent noodhulp in de vorm van opvang, voedsel, drinken, dekens, bedden en traumazorg. Dit doet het Christelijk Noodhulpcluster in Oekraïne en in de omliggende landen waar de vluchtelingen stranden.
De paniek in het land is groot. Irina Linnik, directeur van een partnerorganisatie van Kom over en help vertelt: ‘We zien veel angst en bezorgdheid. Mensen vluchten massaal naar plaatsen waarvan ze denken dat het er veilig is, maar het is overal levensgevaarlijk.’
Landendirecteur van Dorcas in Oekraïne, Ferenc Katko: ‘Er staan lange rijen voor supermarkten en bij tankstations. Ook proberen mensen geld te pinnen en dit te wisselen voor euro’s en dollars, omdat onze eigen munt in een rap tempo devalueert. Op alle wegen staan files. In het westen van het land bieden gastgezinnen, scholen, kerken en restaurants plekken aan gevluchte mensen om te overnachten. Vele anderen slapen in hun auto of op straat, in de kou.’
Verschillende leden van het Christelijk Noodhulpcluster werken al decennialang in Oekraïne. Hierdoor hebben zij het netwerk en de middelen om snel in actie te komen. Op dit moment brengen zij de nood in kaart, zodat de hulp op de juiste plekken kan worden verleend. Ook inventariseren de organisaties in omliggende landen, onder andere in Moldavië en Roemenië, waar zij opvang kunnen bieden voor Oekraïense vluchtelingen. EO Metterdaad reist zaterdag naar Moldavië, naar het grensgebied met Oekraïne. Het camerateam en EO-directeur Arjan Lock zullen daar de noodhulp aan vluchtelingen in beeld brengen.
Dorcas, EO Metterdaad, Kom over en help, Red een Kind, Tearfund, Woord en Daad en ZOA vormen in deze campagne samen het Christelijk Noodhulpcluster. Bij grote rampen en crises komt het Christelijk Noodhulpcluster snel in actie met een noodhulpcampagne. Ter plaatse werken de organisaties samen, zodat zij snel en effectief noodhulp kunnen verlenen.

Amit (12 jaar) uit India is een van de kinderen die psychosociale hulp krijgt tijdens deze coronacrisis. Voor hem maakte iets kleins als een kleurboek een groot verschil.

Ellen (15) en Briana (13) zijn speciaal voor de foto, voor het eerst in maanden gekleed in hun schooluniform, want door de coronacrisis kunnen ze al bijna een halfjaar niet naar school. “Nu werk ik met mijn familie op het land,” vertelt Ellen. “En daarna doe ik klusjes rond het huis. Vegen, koken, hout zoeken: er is altijd wel iets te doen.”
Kinderen zijn zo uniek en kostbaar als diamant, net zo prachtig. Kijk maar eens hoe een kind zich kan verwonderen over de schoonheid van een bloem, kan genieten van het maken van een tekening of druk in de weer kan zijn met het bouwen van een zandkasteel. Kinderen hebben bovendien vaak een open blik én kunnen – meer dan eens – beter dan volwassenen tot de kern kunnen komen van wat echt belangrijk is in de wereld. Onderzoek laat zien dat kinderen vanaf zeer jonge leeftijd een gevoel van rechtvaardigheid hebben in die zin dat ze anderen behandelen zoals ze zelf verwachten om behandeld te worden.

Kinderen hebben vaak een open blik én kunnen – meer dan eens – beter dan volwassenen tot de kern kunnen komen van wat echt belangrijk is in de wereld.
Net zo kostbaar als diamant dus – maar kinderen zijn ook net zo kwetsbaar als glas. Juist daarom is het zo belangrijk om hun rechten te beschermen. Want kinderen en jongeren zijn de bouwstenen van de maatschappij. Vrijdag op de Dag van de Rechten van het Kind, stonden wij daar nog eens extra bij stil. En dat is ook extra hard nodig gezien de situatie waarin veel kinderen zich bevinden. Al jaren schommelt het percentage kinderen in armoede in Nederland rond de 10%: kinderen voor wie het onzeker kan zijn of er ’s avonds eten op tafel staat en voor wie een verplichte eigen bijdrage betekent dat zij niet op schoolreisje kunnen. Een gezinsleven met financiële problemen zorgt voor stress bij ouders, maar zeker ook bij hun kinderen. Tegelijkertijd is cruciale jeugdzorg door bezuinigingen steeds meer onder druk komen te staan.
Met dit zorgwekkende beeld op het netvlies zouden wij haast al die kinderen ver weg, die net zo hard zorg en onderwijs nodig hebben, vergeten. Denk aan kinderen met een beperking, die in ontwikkelingslanden vaak niet naar school kunnen. Denk aan kinderen zonder ouderlijke zorg, die het vaak zonder enig sociaal vangnet moeten stellen. Denk aan de positie van meisjes, die helaas vaak getroffen worden door misbruik in allerlei vormen. Denk aan ambitieuze jongeren voor wie de stap van onderwijs naar werk vaak te groot is. En denk aan kinderen en jongeren die vanwege humanitaire crises zoals oorlogen, rampen en conflicten zelfs geen onderdak hebben en snakken naar een opvangplek, eten en de juiste (medische) zorg.
Gelukkig kan Nederland veel doen om bij te dragen aan de ontwikkeling en bescherming van kinderen wereldwijd. Nederland kan strijden tegen kinderarbeid, bijvoorbeeld door eindelijk eens haast te maken met de implementatie van de Wet zorgplicht kinderarbeid. Nederland kan meer duurzame onderwijsprojecten financieren, gericht op alle ontwikkelfases: van zorg en onderwijs voor jonge kinderen tot vakopleidingen. Nederland kan de inspraak van jongeren in publieke besluitvorming bevorderen en daarin zelf het goede voorbeeld geven – bijvoorbeeld door het zogenaamde Third Optional Protocol van het VN Kinderverdrag te ratificeren. Nederland kan noodonderwijs en geestelijke en psychosociale gezondheidszorg tot een vast onderdeel van humanitaire hulp maken en lobbyen bij andere landen voor betere seksuele en reproductieve gezondheidszorg voor meisjes. Nederland zou zelfs kinderrechten kunnen opnemen als transversaal thema binnen het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, zodat de impact op kinderen altijd wordt meegewogen.

Kinderen zijn kwetsbaar als glad. Juist daarom is het zo belangrijk om hun rechten te beschermen. Want kinderen en jongeren zijn de bouwstenen van de maatschappij.
Het is ontzettend belangrijk dat wij deze en andere stappen zetten. Door de coronacrisis is juist de positie van kinderen in veel landen verslechterd. Dat blijkt onder andere uit verschillende onderzoeken die World Vision in de achterliggende periode naar buiten bracht. Maar liefst 85 miljoen kinderen lopen verhoogd risico om slachtoffer te worden van lichamelijk, seksueel en emotioneel geweld als gevolg van het feit dat coronamaatregelen hen dwingen om thuis te blijven. Bovendien leidt de toegenomen financiële druk op kwetsbare gezinnen tot meer kinderarbeid en een stijging in het aantal kindhuwelijken. Nederland kan een verschil maken voor deze kwetsbare kinderen. Het is zaak dat er in hen wordt geïnvesteerd.
Zij zijn onze investeringen immers meer dan waard. Niet alleen omdat investeren in de opleiding van en zorg voor (jonge) kinderen het hoogste rendement opleveren. Niet alleen omdat wij de rechten van het kind nu eenmaal in een verdrag hebben vastgelegd. Maar vooral omdat kinderen het waard zijn om allemaal door ons gekoesterd te worden. Want ze zijn niet alleen zo kwetsbaar als glas, maar ook zo kostbaar en prachtig als diamant.
Dit artikel werd geschreven door:
Pieter Dirk Dekker, politiek adviseur Red een Kind
Marjella Bronkhorst, communicatieadviseur WorldVision

Pieter Dirk Dekker is lobbyist en brengt het werk van Red een Kind onder de aandacht bij beleidsmakers. “Zo zorg ik ervoor dat Red een Kind zo goed mogelijk in staat gesteld wordt om haar grote doel te behalen: het duurzaam helpen van de meest kwetsbare kinderen in nood.” Hij schreef voor het Nederlands Dagblad een artikel waarin hij oproept om niemand achter te laten.
Doe meer voor de meest kwetsbaren!
Toen ik begin 2020 aan het werk ging in ontwikkelingssamenwerking kwam ik er al snel achter dat dit geen sector is voor stoere praat en klinkende beloften. Eerder wordt de sector gekenmerkt door hard werken, veel geduld en kleine stapjes voorwaarts. Daardoor heeft ontwikkelingssamenwerking iets onaantrekkelijks. Zij is niet echt fotogeniek.
Incidenteel lijkt het tegendeel het geval: de foto van een aangespoelde vluchteling, een kind nog, maakte in 2015 veel maatschappelijke betrokkenheid los. De negenjarige Nemr werd vorig jaar het gezicht van de roep om een ruimer Nederlands kinderpardon. Maar ook zulke beelden en verhalen zijn aan slijtage onderhevig: de nieuwe foto’s van de verschrikkingen in het heropgebouwde kamp Moria op Lesbos lijken nog maar weinig indruk te maken op Nederlandse en Europese beleidsmakers.
Dat het leed van de allerkwetsbaarsten ons minder lijkt te raken, komt onder andere tot uitdrukking in de geplande bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking; de enige sector waarop het kabinet in coronatijd bezuinigt. Die bezuinigingen staan op gespannen voet met de Nederlandse steun aan de Werelddoelen voor Duurzaamheid (Sustainable Development Goals, SDG’s), die allemaal cirkelen rond het motto ‘Laat niemand achter’ (Leave No One Behind).
Dit ambitieuze motto, ten doel gesteld voor 2030, is ontzettend lastig te verwezenlijken. Alle betrokkenen in ontwikkelingssamenwerking worstelen ermee hoe je écht de allerkwetsbaarsten bereikt. Aangezien minister Kaag herhaaldelijk haar betrokkenheid op de SDG-agenda heeft uitgesproken, denk ik hierin graag met haar mee rond de behandeling van haar begroting in de Tweede Kamer (woensdag en donderdag).
‘Het gaat om die ene mens, dat ene kind dat buiten de boot valt’
Natuurlijk moeten die bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking onmiddellijk van tafel, wil het kabinet ernst maken met het behalen van de werelddoelen. Door de coronacrisis neemt de armoede wereldwijd toe. Dit vraagt eerder om méér dan om minder investeringen in ontwikkelingssamenwerking. Maar er is nog een aspect dat het bereiken van de allerkwetsbaarsten in de weg kan zitten.
Nederland geeft het budget voor ontwikkelingssamenwerking steeds vaker uit in grote hoeveelheden. Bovendien doet Nederland dat het liefst via grote donaties aan multilaterale verbanden zoals de VN en de Wereldbank: liefst veertig procent van al het geld voor ontwikkelingssamenwerking wordt op die manier uitgegeven. Slechts iets meer dan twintig procent wordt besteed via maatschappelijke organisaties en bedrijven.
Zo’n grote donatie – denk bijvoorbeeld aan de recente schenking van 100 miljoen euro aan de Global Partnership for Education – is aantrekkelijk voor de minister, want het is gemakkelijker (minder administratie) en het suggereert daadkracht. Zoveel geld zal vast het verschil kunnen maken! En gelukkig komen veel van dit soort bestedingen inderdaad goed terecht.

Maar het bereiken van de allerkwetsbaarsten, bijvoorbeeld in armoedige dorpjes op het Afrikaanse platteland, is zó moeilijk dat veel grote organisaties er niet eens aan beginnen. In de praktijk komt het aan op kleinere organisaties die nauw samenwerken met lokale partners. In zulke kleinschalige projecten gaat het niet om de grote aantallen, de snelle resultaten of het fotogenieke succesverhaal. Het gaat om het helpen van die ene mens, dat ene kind, die ene gemeenschap die buiten de boot valt.
Kleinere organisaties, zoals veel Nederlandse NGO’s, blijken hiertoe beter in staat. Hun financieringsmogelijkheden worden echter steeds beperkter zolang de trend wordt voortgezet om het geld voor ontwikkelingssamenwerking vooral in grote hoeveelheden en bij voorkeur via multilaterale verbanden uit te geven. Kleine organisaties kunnen zulke grote subsidies niet uitvoeren en zij worden maar moeilijk partner van multilaterale verbanden als de Wereldbank en de VN.
Zo bezien zou het beter zijn als minister Kaag, allicht op aandringen van de Tweede Kamer, geld meer in eigen beheer zou uitgeven, in hoeveelheden die toegankelijk zijn voor die kleinschalige organisaties die zich richten op hulp aan de allerkwetsbaarsten. Dit is in het belang van de Tweede Kamer (zij kunnen beleid en bestedingen van multilaterale instellingen immers moeilijk controleren) en absoluut noodzakelijk wil Nederland blijven bijdragen aan het behalen van de werelddoelen. Alleen zo maakt Nederland ernst met het motto ‘Laat niemand achter.’
Delen in vrijheid: dat is dit jaar het thema van de Micha Zondag. Op deze zondag – dit jaar op 18 oktober – staan kerken wereldwijd stil bij gerechtigheid. Reyer van Drongelen en Lars Gerfen, ambassadeurs van Red een Kind, schreven het themalied voor deze Micha Zondag. Dat deden ze onder andere voor kinderen als Maureen, die door armoede en gebrek aan perspectief niet de vrijheid heeft, die ze zou willen.
De 24-jarige Nicole maakte de explosie in Beiroet van dichtbij mee. Ze was op die bewuste dag op kantoor, gelegen op slechts 700 meter van de ontploffing. Lichamelijk zal Nicole herstellen, maar deze ramp heeft haar mentaal heel hard geraakt.

‘Op 4 augustus om 18.07 stond de tijd stil in Beiroet. Gebroken ramen, verbrijzeld glas en gewonde mensen domineerden het straatbeeld van de Libanese hoofdstad. De explosie heeft mijn leven voorgoed veranderd. Ik heb verwondingen opgelopen aan mijn arm en nek. Lichamelijk zal ik weer helemaal herstellen. Maar psychisch is het een ander verhaal.
Het is nu bijna 10 dagen na de ramp. Ik kijk vooruit, naar de toekomst. Voor mij is dat nog onduidelijk, wat waarschijnlijk normaal is na zo’n heftige gebeurtenis. Ik vraag me af wat ik ga doen in de toekomst. Zal ik het land verlaten? Of zal ik blijven en accepteren dat Libanon geen veilige woonplaats is voor mij en mijn familie?
Voor een antwoord op deze vragen is het nu nog te vroeg. Ik moet eerst zorgen dat ik weer beter word. Ik moet psychisch herstellen van wat mij is overkomen. Mijn toekomst kan wachten.
Wat er gebeurd is, was niet alleen zwaar voor mij. Voor de hele Libanese bevolking is dit niet makkelijk. Ik denk dan ook aan de kwetsbare mensen. Wie gaat er naast de mensen staan die de langdurige zorg voor hun verwondingen niet kunnen betalen? Wie helpt de daklozen met onderdak? Ik heb er weinig vertrouwen in dat de overheid dit goed zal aanpakken.
Deze ramp heeft mijn leven drastisch veranderd. Waardevol zijn de kleine dingen in het leven geworden: het glas met heerlijke limonade, de geur van boeken, de prachtige zonsondergang. Het leven bestaat nu vooral uit de kleine dingen die mij gelukkig maken.’
Je kunt de slachtoffers in Beiroet ook helpen. Red een Kind biedt samen met de andere leden van het Christelijk Noodhulpcluster noodhulp. Met jouw gift kunnen we bijvoorbeeld zorgen voor psychologische hulpverlening. Doe je mee?
“Mijn moeder was kerngezond, en nu is ze totaal onverwachts uit ons leven verdwenen. Nadat ze zich jarenlang zorgen heeft gemaakt over mijn gezondheid heeft ze er niet eens van kunnen genieten dat ik genezen ben.”

Om privacy- en veiligheidsredenen is Amina een pseudoniem en is niet haar foto gebruikt.
Een van de zwaarst getroffen wijken in Beiroet heet Mar Mikhael. Het is de wijk waar de 17-jarige Amina met haar ouders en haar 11-jarige broertje woont. De afgelopen jaren draaide het in het gezin om het leven van Amina. Zij heeft jarenlang gestreden tegen kanker, waardoor het voor het gezin niet ongewoon is om over de dood na te denken. Gelukkig overleefde Amina deze verschrikkelijke ziekte. Kort geleden is zij genezen verklaard. En toen kwam de explosie.
Vrijwel heel Mar Mikhael werd door de explosie weggevaagd. Ook Amina en haar gezin werden hard getroffen. Vandaag, iets meer dan een week na de explosie, overleed de moeder van Amina als gevolg van haar verwondingen. Amina: ‘Ze was kerngezond, en nu is ze totaal onverwachts uit ons leven verdwenen. Nadat ze zich jarenlang zorgen heeft gemaakt over mijn gezondheid heeft ze er niet eens van kunnen genieten dat ik genezen ben.’
‘Ik weet niet hoe ik deze shock moet verwerken. Morgen word ik wakker en dan moet ik mijn leven weer gaan leven. Ik zou niet weten hoe. Ons huis is niet meer bewoonbaar. Onze deuren zijn kapot, de muren zijn gebarsten, veel meubels en apparatuur zijn gebroken. Maar daar kunnen we ons nu niet druk over maken. Mijn vader heeft geen hoog salaris, maar door de gebeurtenis zien we de prijzen stijgen. We kunnen op dit moment alleen maar hopen dat we genoeg te eten zullen hebben en dat de situatie niet verder uit de hand loopt.’

“Ik weet niet hoe ik deze shock moet verwerken. Morgen word ik wakker en dan moet ik mijn leven weer gaan leven. Ik zou niet weten hoe.”
‘Ik wil anoniem blijven, omdat ik eerlijk wil zijn. Ik ben boos. Deze gebeurtenis was het rechtstreekse gevolg van de corruptie in ons land. Het had niet hoeven gebeuren. Mijn moeder had er nog kunnen zijn. Het maakt me boos als men spreekt over een vergoeding, want een dierbare is niet te vergoeden. Ik kan alleen maar aan mijn moeder denken. Niets anders doet er op dit moment toe.’ ‘Er waren al veel spanningen in Libanon, en ik zie om me heen dat de spanningen oplopen. Ik bid dat God zal zorgen voor gerechtigheid, en dat Hij ons het geduld geeft om op Zijn gerechtigheid te wachten.’
Je kunt de slachtoffers in Beiroet ook helpen. Red een Kind biedt samen met de andere leden van het Christelijk Noodhulpcluster noodhulp Met jouw gift kunnen we bijvoorbeeld zorgen voor psychologische hulpverlening. Doe je mee?
Meer dan 140 doden, ruim 5.000 gewonden en zeker 300.000 mensen dakloos. Dat zijn de gevolgen van de explosie in de haven van Beiroet, de hoofdstad van Libanon. De stad ligt in puin.

Samen met de andere organisaties van het Christelijk Noodhulpcluster zijn we ter plekke en zijn we direct in actie gekomen. En dat is heel hard nodig!
Beiroet heeft snelle en effectieve noodhulp nodig, speciaal voor de allerarmsten en de meest kwetsbaren: vluchtelingen, migranten, de armste Libanezen en kinderen. We zijn inmiddels begonnen met het zorgen voor voedsel, de reparatie van huizen en psychosociale hulp aan vrouwen en kinderen.
Helpt u mee deze hulp mogelijk te maken? En wilt u bidden voor de vele, vele slachtoffers en de hulpverleners?
Namens alle gezinnen en kinderen in Beiroet: heel hartelijk dank!
Deze blog is geschreven door Anneke Jagau. Ze woont met haar gezin in Malawi en filmde de update van het verhaal van kleuterjuf Naomi dat zaterdag uitgezonden wordt op NPO2 door EO Metterdaad. Twee jaar geleden wijdde EO Metterdaad een uitzending aan deze kleuterjuf uit Malawi. Via de peuter- en kleuterscholen van Red een Kind leren kinderen zich spelenderwijs ontwikkelen en wordt ondervoeding tegengegaan.
